Karlsson van het dak (1975)

De propellerpet van Donald Duck

Als je lid werd van Donald Duck dan kreeg je als welkomst cadeau een…. petje met propeller! Ik zag de advertentie en mijn hart maakte een sprongetje. Ik was enorm fan van Karlsson, een Zweedse serie (natuurlijk gebaseerd op ideeën van Astrid Lindgren). Hij had een propeller op zijn rug en vloog daarmee over de daken, liedjes zingend en kinderen verrassend. Bekijk en geniet vooral even van de sfeer, rust en herkenbare stijl van de jaren 70!

Iemand anders nodig!

Er was een bestaand Donald Duck-lid nodig die mij lid wilde maken. Mijn buurjongen Martin van een paar huizen verderop had de Donald Duck, dat wist ik want mijn moeder en zijn moeder waren beste vriendinnen. De MoedervanMartin vulde het formuliertje in en nu moest ik wachten. Wachten was nooit echt mijn talent dus meerdere keren per dag belde ik aan en vroeg de MoedervanMartin of mijn cadeau al was gearriveerd. Op een dag was ze het zat en zei ze: ‘Als het binnenkomt Pascal, dan zal ik meteen naar jullie huis komen. Is dat goed?’.

Buskruit

’s Nachts droomde ik over alles wat ik met mijn pet zou gaan beleven. Ik zou natuurlijk naar school vliegen elke dag, maar de mogelijkheden waren eindeloos. Ik zou alle zolderkamers in kunnen vliegen van de huizen in de buurt, ik zou bijvoorbeeld dingen uit het ene huis in het andere huis kunnen leggen, hahaha, dat zou echt grappig zijn. Ik zag dan vanuit een boom iedereen in de buurt bij elkaar aanbellen op zoek naar zijn spulletjes. De mensen zouden zich allemaal afvragen hoe dit nu toch kon. Het meest briljante was toen ik me bedacht hoe ik altijd zou winnen met Buskruit. Buskruit was het favoriete spel in onze buurt. Eerst haalden we zoveel mogelijk kinderen op (maar niet onder de zes jaar daar had je echt alleen maar last van, tenzij hij door iemand anders meegenomen werd maar die was dan echt wel de Sjaak). Iemand ‘was hem’ en dat bepaalden we vaak met ‘getal onder de tien’ of een ander spelletje dat je kon verliezen. Of je ‘was hem’ al heel lang niet geweest, dan was het jouw beurt. De oudere jongens in de buurt kwamen zich soms opofferen, dat was erg cool. De bal werd weggeschopt door iemand die heel goed en ver kon schoppen. Als dat mis ging omdat de bal terug stuitte op een auto, dan was iedereen in paniek en de pot snel over, want je had de tijd om je te verstoppen totdat ‘wie hem was’ de bal had opgehaald en achteruitlopend de bal terug had geplaatst op De Buutplek. Wiehemwas moest iedereen vinden en dan naar de Buut rennen en je naam noemen. Maar 1 persoon die nog verstopt zat kon alles weer opheffen door sneller bij de bal te zijn dan Wiehemwas en de bal opnieuw weg te schoppen (Buutvrij roepen!). Dit kon maximaal drie keer.

Buutvrij

Als ik straks ‘hemwas’ met mijn petje kon ik natuurlijk iedereen makkelijk vinden door gewoon over de buurt te vliegen. En als ik hem niet was, kon ik me verstoppen achter een schoorsteen op een dak heel dicht in de buurt. Eindelijk kon ik bij de lekkerste bramen boven de sloot van de perenboomgaard. Ach, de mogelijkheden waren eindeloos en ik droomde elke dag nieuwe avonturen en plannen erbij.

De deceptie

Eindelijk stond Martinsmoeder op onze stoep. Ze glom van oor tot oor want Het Cadeau was er! Ik pakte het uit. Een doos kleurpotloden? Een doos KLEURPOTLODEN? Mijn wereld stortte in. Het begeleidend schrijven feliciteerde me met mijn lidmaatschap. De petjes waren op dus ik kreeg een ander cadeau van de Donald Duck. De teleurstelling en het trauma leven door tot op de dag van vandaag. Een paar jaar geleden kreeg ik alsnog van een collega een petje met een propeller maar dat was maar een kleine pleister op een diepe wond.